sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

VSNU-standpunt herziening accreditatiestelsel

De VSNU is voorstander van instellingsaccreditatie naar Engels voorbeeld. Veel Europese landen zijn al overgestapt naar instellingsaccreditatie, met als doel de kwaliteitscultuur te stimuleren. Het voorliggende voorstel is een stap in de goede richting maar is geenszins de instellingsaccreditatie die veel Europese landen al toepassen. Het nieuwe stelsel combineert een vrijwillige toets op instellingsniveau met accreditatie van opleidingen. Wanneer de instelling over een uitstekend kwaliteitszorgsysteem beschikt, geldt een beperkter accreditatieregime en mogen opleidingen op basis van een beperkter kader gevisiteerd worden. Dat is winst. De VSNU blijft echter bezorgd over de administratieve lastendruk die het nieuwe systeem met zich meebrengt. Ook lijkt het systeem te complex. In Vlaanderen overweegt men daarom het Nederlandse model aan te passen.

Essentie nieuwe stelsel

Het nieuwe stelsel combineert een vrijwillige toets op instellingsniveau met accreditatie van (alle afzonderlijke) opleidingen. Een universiteit of hbo kan een zogenaamde instellingstoets kwaliteitszorg aanvragen. Als daaruit blijkt dat men beschikt over een uitstekend intern kwaliteitszorgsysteem, mogen de opleidingen van die instelling voortaan aan de hand van een beperkter kader worden geaccrediteerd. De gedachte is dat een deel van de beoordelingsdruk zo verschoven wordt van de opleiding naar het centrale niveau. Blijkt uit de instellingstoets dat de interne kwaliteitszorg (nog) niet op orde is dan moeten opleidingen volgens een zwaarder regime geaccrediteerd worden.

Vermindering lastendruk in nieuwe stelsel niet gegarandeerd

De VSNU is blij met de nieuwe instellingstoets. Het is een zwaar maar uitdagend nieuw instrument dat de interne kwaliteitscultuur binnen universiteiten zeker zal versterken. Toch blijven universiteiten zorgen houden. Er komt een extra toetsing op instellingsniveau bij, maar op basis van de uitgevoerde pilots is de beoogde lastenvermindering op opleidingsniveau allerminst gegarandeerd. Ook de minister erkent dit in de Memorie van Toelichting (zie p.43). Instellingsaccreditatie zoals veel Europese landen die al toepassen, is erop gericht de kwaliteitscultuur te stimuleren. Anders dan de Nederlandse discussie suggereert, is dat een kwestie van onderwijskwaliteit en niet van organisatievorm. Het is vooral van belang onderwijsontwerpers en organisatoren aan te spreken en te steunen.

Complexiteit Nederlands stelstel opgelost in Vlaamse variant

Het nieuwe stelsel is erg complex geworden. In Vlaanderen overweegt men daarom het Nederlandse model te vereenvoudigen door de koppeling tussen instellingstoets en opleidingsaccreditatie los te laten. In plaats van de vrijwillige instellingstoets wordt in Vlaanderen gedacht aan een verplichte instellingstoets voor alle instellingen. Aan die toets worden geen rechtsgevolgen verbonden, maar wel publicatie van een rapport en follow-up van verbeterpunten. De opleidingsaccreditatie verloopt standaard volgens één beperkt regime. Het zwaardere kader wordt geschrapt. De Nederlandse universiteiten zijn gecharmeerd van dit voorstel. Niet omdat die beperkte opleidingsaccreditatie een “lichtere” of “minder kritische” beoordeling is. Wel omdat tijdens de pilots is gebleken dat die beperktere opleidingsaccreditatie een veel betere focus heeft, namelijk op die kwaliteitsaspecten waar het in de kern om gaat: de inhoud en het niveau van de opleiding.

De Nederlandse universiteiten kijken met belangstelling naar dit Vlaamse model en zouden het betreuren als er grote verschillen tussen de landen ontstaan. Niet voor niets is enkele jaren geleden gekozen voor een gezamenlijk stelsel met een gezamenlijke accreditatieorganisatie.

Noot voor de Kamerleden en fractiemedewerkers
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Aly Oldersma, hoofd Communicatie en Public
Affairs VSNU: 06-14724703 oldersma@vsnu.nl.