Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
12-01-2010
Op 13 januari spreekt de Kamer over een nieuwe bekostigingssystematiek voor het Hoger Onderwijs. De bekostigingssystematiek gaat over de manier waarop het macrobudget, de rijksbijdrage voor het wetenschappelijk onderwijs, verdeeld wordt over de instellingen. Het gaat niet over een eventuele wijziging van het macrobudget. De VSNU steunt het voorstel voor de nieuwe verdeling en is in intensief overleg met OCW over de randvoorwaarden van de invoering ervan. Tegelijkertijd vraagt de VSNU aandacht voor het feit dat een substantiële toename van het macrokader nodig is om het steeds grotere verschil tussen prijs per student en de kosten per student te overbruggen. Dit nog versterkt door het feit dat het aantal inschrijvingen met een stijging van ongeveer 12 procent bij universiteiten dit jaar vier maal groter is dan de prognose van OCW.
De bekostigingssystematiek gaat over de verdeling van het macrobudget, de rijksbijdrage over de universiteiten en de hogescholen. Volgens het voorstel zal met ingang van 2011 de rijksbijdrage per instelling gebaseerd worden op:
Het grote verschil met het oude systeem is dat de bekostiging veel meer afhankelijk wordt van het aantal ingeschreven studenten tijdens de reguliere cursusduur. Bekostiging in het huidige systeem is voor de universiteiten voornamelijk gebaseerd op het aantal diploma’s in combinatie met de vaste voet. Daarnaast is een deel gebaseerd op het aantal eerstejaars. Dat deel is echter veel kleiner dan de studentgebonden bekostiging in het nieuwe stelsel. Dat betekent dat universiteiten volgens de nieuwe systematiek minder lang op financiering hoeven te wachten. In het nieuwe systeem volgt de bekostiging de ingeschreven studenten in het eerste, tweede en derde jaar van hun bachelor. Voor de master is het systeem identiek, met het verschil dat de reguliere duur van de masterstudie varieert. In het oude systeem kwam de bekostiging voor het merendeel pas bij de uitreiking van het diploma. En voorzover een diploma werd behaald.
Het bekostigingsvoorstel is een uitwerking van het Bekostigingsakkoord Hoger Onderwijs van 22 oktober 2007 tussen ISO, LSVb, HBO-raad en VSNU. De universiteiten steunen dus het voorstel. Wel vindt nog overleg plaats met het ministerie over de definitieve verdeling van de bekostiging over de drie parameters: aantal ingeschrevenen; onderwijsopslag; diploma’s. En over de budgetneutrale overgang in 2011 van het oude naar het nieuwe systeem. Complicerende factor daarbij is het feit dat de invoering van het BaMastelsel niet bij alle opleidingen hetzelfde tijdschema heeft gevolgd.
Het nieuwe systeem is nadrukkelijk een verdeelsysteem net als het oude. Elk verdeelmodel is voor z’n uitkomsten sterk afhankelijk van het macrobudget. Is dat niet toereikend dan zijn de uitkomsten van het verdeelmodel ontoereikend. En juist dat is al langere tijd het geval. Een substantiële toename van het macrokader is nodig om het toenemende verschil tussen prijs per student en de kosten per student te overbruggen. In vergelijking met 1995 is de prijs per student met 500 euro gedaald. Daarbovenop stelt de onvoorziene toename van het aantal eerstejaars de universiteiten voor financiële problemen. En ‘last but not least’, er worden steeds hogere eisen gesteld aan de studenten: meer succesvolle afronding en hogere prestaties. Daarvoor is gevarieerder en intensiever onderwijs nodig. Dat kost geld.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Han van Yperen, VSNU: 070-3021431 vanyperen@vsnu.nl