sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

WO-monitor 2009

1. Inleiding

Sinds 1998 wordt onder auspicieen van de VSNU het onderzoek WO-monitor uitgevoerd. De WO-monitor bevat landelijke gegevens met betrekking tot de aansluiting en participatie op de arbeidsmarkt van afgestudeerden, één tot anderhalf jaar na afstuderen.
De WO-monitor bevat informatie over de gepercipieerde onderwijskwaliteit en biedt daarmee een bron voor mogelijke aanpassingen op het onderwijs- en kwaliteitsbeleid van universitaire opleidingen.
In 2007 hebben de samenwerkende universiteiten besloten het onderzoek voortaan tweejaarlijks uit te voeren onder doctoraal- en masteralumni. De vragenlijst van de WO-monitor is herzien zodat deze beter aansluit bij de informatiebehoefte van universiteiten.

Het onderzoek is in 2008 opnieuw aanbesteed en gegund aan onderzoeksbureau IVA te Tilburg. Eigenaar en beheerder van de data is de VSNU.

De database wordt door de VSNU aan ROA beschikbaar gesteld voor de rapportage “Schoolverlaters tussen onderwijs en Arbeidsmarkt”. Een gedeelte van de database wordt beschikbaar gesteld aan de database Studiekeuze-informatie ten behoeve van de studiekeuzewebsite Studiekeuze123.

De alumni die werden uitgenodigd voor dit onderzoek zijn afgestudeerd in de periode oktober 2007 - september 2008 (een jaar tot anderhalf jaar na afstuderen). Ongeveer 28.000 afgestudeerden bij doctoraal of masteropleidingen werden gevraagd deel te nemen. De uiteindelijke respons bedroeg 7.787 respondenten(28% van de uitgenodigde alumni).

2. Arbeidsmarkt

2.1 Arbeidsparticipatie

Arbeidsparticipatie wordt bepaald aan de hand van de beroepsbevolking. Tot de werkende beroepsvolking worden de respondenten gerekend die tenminste 12 uur per week betaald werk verrichten. Bij werkeloze beroepsbevolking horen respondenten die niet of minder dan 12 uur per week werken, maar wel betaald werk zoeken. Respondenten die hun huidige situatie als student typeren en daarnaast nog een aantal uur betaald werk verrichten, worden niet meegeteld in de beroepsbevolking.

Voor de definitie van beroepsbevolking: zie website CBS

2.2 Werkloos

Een tot anderhalf jaar na afstuderen geeft een kleine 10 % van de respondenten aan geen betaald werk te hebben. De groep niet werkenden bestaat voor de ene helft uit respondenten die een studie doet en voor de andere helft uit werkzoekenden, gepensioneerden, mensen die vrijwilligerswerk doen, thuisbijfmoeders (m/v) en arbeidsongeschikten. Niet alle respondenten zijn daadwerkelijk werkzoekend.

Figuur 2

2.1 Werkzaam

Eén tot anderhalf jaar na het afstuderen geeft 90% van de respondenten aan werk te hebben. Het merendeel van de respondenten werkt in loondienst.
Een groot deel van de respondenten werkt in een wetenschappelijk promotietraject als AOI, OIO of een specialisatie binnen de Geneeskunde.

2.2 Bruto uurloon

Van de personen die behoren tot de werkzame beroepsbevolking bedraagt het gemiddelde bruto-uurloon €15,38 euro. Tussen de afzonderlijke sectoren zijn er verschillen.

2.3 Vast of tijdelijk dienstverband

44% van de respondenten die aangeeft werk te hebben, heeft een vaste aanstelling.
De overigen hebben een tijdelijke aanstelling: 34% heeft daarbij uitzicht op een vast contract; 22% heeft op het moment van bevraging geen uitzicht op een vaste aanstelling.

2.4 Zoektocht naar baan

Van de respondenten die aangeeft werk te hebben, had 46% meteen na afstuderen een baan. 46% heeft er tussen 1 en 6 maanden gezocht naar een baan. 6% heeft er tussen de 6 – 12 maanden over gedaan om op de arbeidsmarkt terecht te komen. De resterende 2% deed er langer over dan 12 maanden.

3. Onderwerp: kwaliteiten vanuit de opleiding

3.1 Goede startcompetenties

Biedt de gevolgde (master) opleiding een goede start op de arbeidsmarkt? 60% van de respondenten is vindt dat de opleiding in (zeer) sterke mate heeft bijgedragen aan de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Slec hts 3% van de respondeten vindt dat de opleiding helemaal niet heeft bijgedragen aan de start op de arbeidsmarkt. Opvallend is de uitschieter hier bij HOOP-gebied Taal en Cultuur.

3.3 Buitenlandervaring

Van het totale aantal respondenten zegt 73% tijdens hun studie géén ervaring te hebben opgedaan in het buitenland. 27% van de respondenten geeft aan een stage en/of onderwijs te hebben gevolg in het buitenland.

Tabel 4.0